Groot geweeklaag, na de gemeenteraadsverkiezingen. Alweer een 'zwarte zondag'! Hoe is dat mogelijk, na al het goeds waarmee de burgers de laatste jaren werden overladen?
Benno Barnard en Geert van Istendael (De Morgen, 13 oktober 2000) hebben meteen de nodige recepten klaar. Volgens deze auteurs wentelt Vlaanderen, met Antwerpen voorop, zich in de "..zeurkouscultuur". Hun recept: de burgers afstraffen, door nog enkele burgerlijke vrijheden terug te dringen of af te schaffen.
De onderwijsvrijheid bijvoorbeeld: "Gekleurde kinderen worden geweigerd door scholen die zichzelf te goed vinden voor hen. Die houding is even burgerlijk als onchristelijk. Hier is dwang nodig en niet bepaald zachte dwang".
In werkelijkheid komen de katholieke scholen zeer verregaand tegemoet aan de eisen van niet-christelijke leerlingen. Heel wat katholieke scholen richten bijvoorbeeld islam-lessen in, iets waartoe ze (terecht) geenszins verplicht zijn. Door de term 'gekleurd' te gebruiken suggereren Barnard en van Istendael dat onderwijssegregatie een racistische oorsprong zou hebben. Dat is volkomen onbewezen en zeer waarschijnlijk onwaar. Scholen vertonen een spontane neiging tot segregatie, niet op basis van ras of etniciteit, maar op basis van bekwaamheid. Dit onuitroeibare fenomeen, sinds jaar en dag als 'de onderwijswaterval' betiteld, kan eenvoudig worden verklaard. In een gemiddelde klas leren de bekwaamste kinderen ongeveer vijf maal sneller dan de kinderen uit de 'staartgroep'. Wil je dus in een les van 50 minuten iedereen meekrijgen, dan kan je slechts een hoeveelheid leerstof verwerken die de kopgroep van de klas afwerkt in minder dan een kwartier. Wil je het tempo van de kopgroep volgen, dan haakt de staart van het klaspeleton af. Hoe homogener de bekwaamheidsverdeling in een klas, hoe minder dit frustrerende dilemma speelt. Kinderen met hogere leerbekwaamheid verhuizen dus graag naar scholen met een hoger leerniveau, en kinderen met geringere leerbekwaamheid verzame- len zich in concentratiescholen. Er ontstaat ook een soort vlucht- en achtervolgingseffect: bekwame leerlingen wijken uit naar elite-scholen, waar ze meer kunnen opsteken omdat het gemiddeld niveau hoger ligt. Ouders met minder leerbekwame kinderen pogen vervolgens ook hun kroost in een zo goed mogelijke school te plaatsen, liever dan in een 'vuilbakschool' waar de 'probleemgevallen' zich ophopen. Dit fenomeen bestond al in mijn jeugd, toen er nog helemaal geen sprake was van een belangrijke groep leerlingen van Marokkaanse of Turkse afkomst. Toen had je ook een zeer expliciet systeem van elitescholen, met een cascade naar minder prestigieuse scholen voor de 'gebuisden'.
Het watervalsysteem lijkt een rascistisch mechanisme te zijn, omdat de gemiddelde leerbekwaamheid van de kinderen varieert tussen de diverse etnische groepen. Deze verschillen zijn gedeeltelijk genetisch en gedeeltelijk cultureel bepaald, en ze blijken (tenminste op kortere termijn) weinig of niet beïnvloedbaar door politieke ingrepen. De zogezegd anti-racistische maatregelen verdiepen de raciale misinterpretatie alleen maar, omdat zij de leerlingen expliciet opdelen in autochtonen en allochtonen, zodat iemands huidskleur - een kenmerk dat in een rechtstaat irrelevant zou moeten zijn - plots rechtsbetekenis krijgt. In werkelijkheid worden in onze samenleving allochtone kinderen zwaar positief gediscrimineerd. Zij krijgen veel meer onderwijsgeld dan autochtone kinderen. In de akkoorden die onderwijsminister Vander Poorten in 2000 afsloot met de vakbonden, is bijvoorbeeld een hoop extra geld voorzien voor scholen met 'doelgroepleerlingen' (de nieuwspraakterm voor leerlingen van allochtone afkomst). In Nederland krijgt een allochtone leerling reeds 1,9 gulden onderwijsgeld voor iedere gulden, die naar een autochtoon kind gaat (De Morgen, 21 october 1999). Het zou de moeite waard zijn om ook eens de verhoudingen in Vlaanderen te vernemen.
Barnard en van Istendael willen ook raciale quorums invoeren op de arbeidsmarkt: "Ook is waar dat jonge migranten die werk zoeken worden gediscrimineerd. Dat is een gevolg van de vrije markt. Op dat punt moet de vrijheid van de markt worden beknot".
De opvatting dat raciale discriminatie heerst op de arbeidsmarkt is wijd verspreid. Van bewijzen heb ik echter nog niets vernomen. Verhoudingsgewijs zijn er natuurlijk veel meer jonge allochtonen werkloos, maar de scholingsgraad van deze groep is dan ook bedroevend laag. Als definitief 'bewijs' voor de discriminatie wordt vaak het feit aangehaald, dat op de website van de VDAB werkzoekenden met een allochtoon klinkende naam veel minder worden aangeklikt. Er is mij echter geen onderzoek bekend omtrent de vraag, of werknemers van autochtone en allochtone afkomst na hun aanwerving op gelijke wijze presteren. Zijn vertegenwoordigers van beide groepen gemiddeld even stipt, even betrouwbaar en even creatief? Pas indien dit het geval blijkt, kan de selectie door de werkgevers als racistisch worden beschouwd. Op dit terrein moet men terdege rekening houden met een aantal statistische fenomenen, die op het eerste gezicht subtiel en vergezocht lijken maar die in de praktijk zwaar kunnen doorwegen. Beschouw eens twee personen A en B, die hetzelfde diploma bezitten. Persoon A komt uit een groep, die over het algemeen veel hoger geschoold is dan de groep waartoe B behoort. Ceteris paribus is de kans, dat A ondanks het gelijke diploma toch meer bekwaam is dan B, dan groter dan 1:2 . Gediplomeerden uit de tweede groep zullen statistisch gezien hun diploma vaker hebben gehaald 'met de hakken over de sloot'. je ziet dit verschijnsel bijvoorbeeld zeer geprononceerd optreden bij de joodse bevolkingsgroep. joden leveren niet alleen verhoudingsgewijs veel meer universitair gediplomeerden dan niet-joden. joden met een universitair diploma zijn gemiddeld ook nog eens bekwamer dan gediplomeerden uit andere etnische groepen, wat zich bijvoorbeeld manifesteert in het buitengewoon hoog percentage joodse hoogleraren of joodse Nobelprijswinnaars.
Werkgevers worden inzake aanwervingspolitiek gedreven door de wil, om met zo weinig mogelijk inspanning en investering zo efficiënt mogelijk bekwame kandidaten op te sporen. Indien de etnische afkomst daarbij relevant is, zullen ze ook geneigd zijn om dit criterium te gebruiken. Dat is geen racisme, ten minste zolang het etnisch criterium daadwerkelijk betekenisvol blijkt bij de opsporing van bekwaamheid. Van racisme is slechts sprake wanneer kandidaat-werknemers omwille van ras en etniciteit *als zodanig* worden uitgesloten. De problematiek is vergelijkbaar met die van de 'racial profiling'-techniek die de politie in de USA wel eens gebruikt. Omdat misdaden verhoudingsgewijs meer door zwarten worden gepleegd, gaat men bij opsporingsacties -waarbij b v. identiteitscontroles worden uitgevoerd - ook de huidskleur als criterium hanteren, omdat dit de pakkans vergroot. 'Racial profiling' wordt dikwijls als een racistische praktijk afgedaan. Toch is deze techniek niet racistisch, omdat de handelswijze niet door rassenhaat is gemotiveerd, maar wel door het gerechtvaardigde streven om de pakkans te vergroten en zo recht te laten wedervaren aan het slachtoffer.
Moet de vrije arbeidsmarkt dan niet in vraag worden gesteld? jawel, maar niet in de door Barnard en van Istendael bedoelde zin. Blijkbaar wil dit tweetal alle werknemers van een raciaal label voorzien en dan de jobs volgens rassenquorums verdelen. Ik kan geen andere betekenis met hun uitspraak verbinden. Maar rassenquorums bij aanwerving zijn natuurlijk onzin: partijen in een arbeidsovereenkomst moeten elkaar volkomen vrij kunnen vinden. Wat dient geregeld te worden, is niet de identiteit der elkaar vindende partijen, maar wel de voorwaarden van het arbeidscontract. Het zijn de lonen, werk- en vakantietijden , veiligheidsvoorschriften en dergelijke, die bij wet strikt moeten omschreven zijn. Het mensonwaardige van de arbeidsmarkt schuilt niet in de identiteit van de contractanten, maar in het feit dat op arbeid een marktprijs wordt gezet. Barnard en van Istendael draaien dit precies 180° om. Zij reppen met geen woord over het feit dat arbeid als koopwaar wordt beschouwd, maar zij willen bovenop deze mensonwaardige situatie nog eens raciale labels en quorums invoeren. Dit vernedert de werkzoekende nog meer: niet alleen blijft zijn arbeid koopwaar, hij wordt nu ook nog eens wettelijk gedegradeerd van individu tot representant van een of andere biologische categorie.
En dan is er natuurlijk nog het migrantenstemrecht. Migranten moeten volgens Barnard en van Istendael helemaal geen Belg worden. Maar zij moeten wel stemrecht krijgen (geen stemplicht, zoals de Belgen), en blijkbaar ook verkozen kunnen worden. Met andere woorden: de migranten moeten wel de rechten krijgen van de Belgen, maar de Belgen horen niet de rechten te krijgen die de migranten putten uit hun niet-Belgische nationaliteit. Hoe relevant dit laatste punt is, werd de laatste maanden nog geïllustreerd door de regelmatig in het nieuws komende kwestie van de kinderontvoeringen naar Marokko door gescheiden Marokkaanse vaders. Ook hier is de juiste oplossing, om mensen ongeacht hun huidskeur, ras of etniciteit een identieke rechtsituatie toe te kennen. Indien migranten drempelloos kunnen (of moeten) overgaan naar de Belgische nationaliteit (met expliciete afstand van de vorige nationaliteit), zijn alle rechtsverschillen meteen weggewerkt. Maar dat is blijkbaar te simpel: ook hier pleiten onze politie correcte auteurs voor handhaving en explicitatie van etnische verschillen. Bruine mensen één soort paspoort, én stemrecht; witte mensen een ander soort paspoort, én stemplicht: dat is volgens hen het soort maatregelen waarmee je 'extreem rechts afblokt'.
De rode draad doorheen al deze voorstellen is blijkbaar het principe, dat Belgen slechter zijn en niet-Belgen beter. Het grofste zinnetje uit het stuk van Barnard en van Istendael leek mij uiteindelijk nog het volgende parallellisme: "Zijn de Vlamingen het probleem omdat een minderheid zich misdraagt in het stemhokje? Zijn de migranten het probleem omdat een minderjarige zich misdraagt op straat?". Met andere woorden: volkomen wettelijk gebruik maken van je stemrecht/plicht op een wijze, die Bamard & van Istendael en hun geestesgenoten mishaagt, wordt beschouwd als wangedrag van hetzelfde niveau als het volkomen onwettelijk inslaan van een autoruit of het pikken van bromfiets.
Politiek correcte decadentie is dat, anders niet.
Terug naar het thuisblad.