De promotie van goedkope generische geneesmiddelen waarvan het patent vervallen is, werd in de vorige legislatuur gepresenteerd als een wit konijn om de financiële problemen van de ziekteverzekering te verlichten. Vandaag blijken de maatregelen om de tarieven op de markt van de farmaceutische winsten te moduleren grotendeels mislukt. De geneesmiddelensector doet niet mee aan een financieel economisch beleid om de kip met de overheidsgefinancierde gouden eieren te redden. In het kortetermijndenken van de farmaceutische sector leeft alleen het snellewinstprincipe, stelt JAN VAN DUPPEN.
Er is in dit land nochtans een dwingende nood aan een offensief geneesmiddelenbeleid: budgettair stevenen we gegarandeerd op een rampscenario af. De kosten van de gezondheidszorg stijgen in een snel tempo.
Hoe is dit mogelijk? De ziekteverzekering is gedurende tientallen jaren gebruikt als een tomeloze financiering voor de megawinsten van de farmaceutische en de medisch technische industrie. Artsen zijn geen onpartijdige goedbetaalde magistraten die in eer en geweten oordelen over wat goed is voor hun patiënten en de maatschappij waarin deze leven. Van alle nieuwe medicijnen die de voorbije dertig jaar ontwikkeld werden, blijkt de overgrote meerderheid reeds vergeten of afgevoerd en vooral niets bij te dragen aan de volksgezondheid, laat staan de individuele gezondheid van zieke mensen. Integendeel, vele bijwerkingen en resistentie bij massaal en onoordeelkundig gebruik veroorzaken nieuwe aandoeningen waarvoor weer nieuwe medicijnen soelaas moeten bieden. Universiteitsprofessoren waarschuwen terecht voor al te makkelijk voorschrijven van de nieuwste antibiotica. Ziekenhuizen (ook academische) sluiten evenwel deals met farmaceutische firma's. Deze bedrijven leveren deze medicijnen goedkoop om ze zo via de derde en tweede lijn in de markt te zetten, waar de winsten legio zijn. De nieuwste en uiteraard zeer dure bloeddrukpillen worden vanuit de derde- en tweedelijnsziekenhuizen gestart. Uit wereldwijde onderzoeken blijkt dat de beste antihypertensiva (zeer goedkoop)- al dertig jaar en meer op de markt zijn. Een huisarts die dat aan de patiënt die met een nieuwe en dure pil van de specialist komt, wil duidelijk maken, moet al van zeer goeden huize zijn.
De werkelijke kostprijs van medicijnen is doorgaans slechts een paar procenten van de publieksprijs. Beleidsverantwoordelijken met een visie nemen zelf de politieke verantwoordelijkheid om het prijs- en voorschrijfbeleid voor geneesmiddelen te bepalen. Een parlementair debat over een nieuwe visie op de organisatie van de gezondheidszorg zal uiteraard belangrijker zijn dan een programmawet waarin nauwelijks beleidsaspecten maar vooral procentjes worden vastgelegd die gegarandeerd binnen de kortste keren overschreden worden.
Reclametechnieken en marketing (zelfs op angst gebaseerd) leiden in de sector tot echte omkoperij. Ook chantage met arbeidsplaatsen weegt zeer zwaar op het budget. En toch worden nog steeds enorme winsten gemaakt in deze sectoren die blijven teren op de roep om nieuwer, jonger, mooier, fitter, de angst voor ziekte, dood en de natuurlijke processen van veroudering.
In zo'n commerciële omgeving is de uitbreiding van de bedeling van gratis medische stalen dwaas en medisch onbegrijpelijk. De gratis doosjes pillen die firma's bezorgen zijn uitsluitend bedoeld om de naam van hun product in de voorschrijfpen van de arts te krijgen.
De ongelooflijke janboel rond de terugbetaling van vetverlagende medicijnen (waar gezonde voeding, een beetje lichaamsbeweging, minder stress en roken veel meer effect hebben op het risico van hart- en vaatziekten) wordt misschien een keerpunt.
Sociaal of liberaal
Het wordt tijd dat de illusie van de modererende functie van de overheid, vakbonden en werkgevers wordt verlaten. Dat beleid heeft gefaald en zal verder in elkaar storten. De communautaire spanningen zullen steeds hoger oplaaien. Hoe meer dokters, hoe meer kosten, bleek destijds uit wetenschappelijk onderzoek dat aan de basis lag van de beperking van de toegang tot het beroep.
Vermits de artsen hun eigen inkomen genereren in prestatiebetaalde geneeskunde, diende een demper op de artsenstroom te worden gezet om die geldverslindende machine te temperen.
Zeven jaar later heeft Vlaanderen zijn instroom via de numerus clausus in de artsenopleiding beperkt. Wallonië en Brussel staan in juli voor een toevloed van jonge artsen die hun studies succesvol hebben afgemaakt, maar niet meer aan de slag kunnen in de Riziv-nomenclatuur.
Nog steeds zijn er in Vlaanderen, Wallonië en Brussel gevestigde huisartsen die de illusie koesteren dat het huidige systeem nog wel even aanhoudt en dat ze als dokter geen enkele verantwoording hoeven af te leggen tegenover de samenleving voor hun voorschrijfgedrag. Het overaanbod van artsen in Wallonië en Brussel maakt hun sociale en inkomenssituatie nog penibeler. Het leidt makkelijk tot mistoestanden waar jonge artsen zich ten dienste moeten stellen van het almachtige diensthoofd in een ziekenhuis. Te lage inkomens verleiden velen tot oneigenlijke geneeskunde in een systeem van betaling prestatie per prestatie.
De hierboven geschetste crisissituaties bieden een moedig en kundig minister de kans beleidsvernieuwende lijnen uit te tekenen en door te drukken.
Voor de geneesmiddelen kan op korte termijn commercieel worden onderhandeld over pakweg 900 medicijnen die echt zinvol en werkzaam zijn. Zij moeten in een sociale gezondheidszorg gratis en op maat worden verstrekt. Vandaag worden ze in veel te grote en dure verpakkingen voorgeschreven. Voor alle andere in de Europese Unie goedgekeurde medicijnen gelden de wetten van de vrije markt. Dit leidt in de meeste zuiderse landen tot flinke prijsdalingen.
Apotheken worden op die manier niet meer opgezadeld met enorme stockproblemen omdat ze alle goedgekeurde medicijnen beschikbaar moeten houden. Zij krijgen weer tijd en geld om op maat verpakte en kundig klaargemaakte producten af te leveren en de klanten zinvol voor te lichten over hun medicijnengebruik in plaats van zich te specialiseren in de verkoop van allerlei alternatieve, pseudo- en paramedische maar zeer winstgevende producten.
Het deels forfaitair en in groepsverband organiseren van de huisartsgeneeskunde in een geïntegreerde eerste lijn kan ook de problemen van wachtdiensten, oneigenlijke gebruik van de spoeddiensten van ziekenhuizen en een overdreven instroom in de dure tweede en derde lijn modereren.
Nieuwe samenleving
Voor een grondige reorganisatie van het gezondheidsbeleid is politieke moed nodig. De vergrijzing en de economische verschuivingen dwingen ons tot fundamenteel andere maatschappelijke oriëntaties. Het kleine kerngezinnetje zal verdwijnen. Samenlevingsverbanden zullen opnieuw over verschillende generaties reiken. Zorg voor ouderen vanwege de jongeren, zorg voor de kleinkinderen door de grootouders in grotere gezinsverbanden komt weer aan de orde. In dit maatschappijbeeld is huisartsengeneeskunde essentieel een sociale geneeskunde, die fundamenteel verschilt van de eerder op ziekteonderdelen gerichte specialistische geneeskunde in ziekenhuizen. Dat is de uitdaging voor onze eerste lijn: sociaal of liberaal.
De auteur is huisarts en gemeenschapssenator van sp.a- spirit