Barbara Ehrenreich: 'In assemblagebedrijven en aan kassa's vind je steeds meer werknemers die luiers dragen omdat ze de plaspauze niet halen. Had je me tien jaar geleden gevraagd of ik dat voor mogelijk had gehouden: neen, absoluut niet'Bejaarde Gilbert: 'Misschien ligt het aan mijn leeftijd, maar ik heb nog nooit zoveel begrafenisondernemingen opgemerkt. En bankfilialen. Dat is zo deprimerend, al die luxekisten'
Florida, zegt politiek wetenschapper Susan MacManus met zin voor dramatiek, is de toekomst van de Verenigde Staten. Als dat zo is, weten we wat die toekomst inhoudt: zon, en armoede ten dienste van rijke bejaarden. Maar, voegt MacManus er snel aan toe, Florida is ook een caleidoscoop. Verander een kleinigheid aan de staat en je krijgt een heel ander beeld. Zure vruchten uit de Sunshine State.
Barbara Ehrenreich is nog net niet bejaard - ze is in 1941 geboren - en onbetwistbaar rijk. Ze woont aan het allicht meest romantische deel van de staat, de Keys, een serie van via een weg verbonden, zonovergoten koraaleilanden. Haar woning staat op 19 mijl van Key West, het eindpunt van die weg, ooit de drenkplaats van Ernest Hemingway en tegenwoordig een trekpleister voor toeristen en fuifnummers van allerlei slag.
"Ik passeerde hier negen jaar geleden en wist meteen dat ik hier wilde wonen", vertelt Ehrenreich over haar al bij al bescheiden huis, dat via een loopbrug over mangrovestruiken met de zee verbonden is. Aan weerszijden van de houten brug schieten naaldvissen door het water en tussen de struiken. "Over een maand of twee worden die vissen nog veel talrijker en springen ze op uit het water."
Ehrenreich kajakt van hieruit naar onbewoonde eilanden die een mijl of zo zee-inwaarts liggen. Een sessie voor de middag en een sessie erna, om haar conditie op peil te houden. Op zwemmen is ze niet zo tuk. Het water is te ondiep en "ik heb vanmorgen nog haaien opgemerkt". Ze wijst naar de zoutneerslag op de mangroveblaadjes. "Die struiken halen het zout uit het water." Mangrove, zout, haaien en in de hemelen meer vogelsoorten dan stadsmensen kunnen onderscheiden: deze woning garandeert haar, zo dicht bij de drukte van toeristisch Key West, een paradijselijke, bijna kommervrije rust.
Een jaar of vier geleden, nog onder president Clinton en in volle hoogconjunctuur, heeft ze de rust drie keer een maand verlaten om zich te verdiepen in het leven van de minder gegoeden, dat wil zeggen de 25 tot 30 procent van de bevolking, misschien al bij al 90 miljoen mensen, die met moeite de eindjes aan elkaar knopen, en zich rond of onder de armoedegrens bewegen. Ze zocht eerst in Key West naar ongeschoold werk, als dienster in een restaurant of als poetsvrouw in een hotel, ging vervolgens in de noordelijke staat Maine werken in een instelling voor bejaarden en als lid van een reinigingsploeg, om tot slot een maand bij de warenhuisgigant Wal-Mart in Minneapolis te belanden.
Waarom die drie locaties?
"Daar lag geen wetenschappelijk plan aan ten gronde. Ik begon in Key West omdat het dichtbij is. Ik wilde naar Maine omdat die staat overwegend wit is, wat me het rasvoordeel ontnam dat ik als blanke op Key West voelde. En van Minneapolis dacht ik dat het me er makkelijk zou vallen, dat een arbeidersstad minder moeilijkheden zou opleveren - wist ik veel. Ik wilde in ieder geval Los Angeles en New York vermijden omdat de laaggeschoolde jobs daar ingenomen worden door Latino's en zwarten. Daar ben je als blanke verdacht als je een dergelijke job ambieert." Het idee om in de wereld van de slechtbetaalden onder te duiken (overigens soms voor jobs en sectoren die in Europa niet tot de slechtbetaalde zouden behoren) kwam niet van haarzelf. In haar verleden keek ze altijd neer op mederadicalen die hun opleiding - duur en betaald door dubbele shifts werkende ouders - aan de haak hingen om zich bij de arbeidersklasse te vervoegen. Maar Ehrenreich liet zich overhalen, eerst door de hoofdredacteur van het maandblad Harper's en later door een uitgever, om haar woning en kajak, haar lief en haar vrienden te verlaten en te proberen zonder hulp van buitenaf en zonder gebruik van haar schrijverstalenten, rond te komen. Het is haar in geen van de drie locaties helemaal gelukt, maar toch bijna, zegt ze met enige trots. "Het was nipt."
Werk vinden was in die periode niet zo moeilijk. Nog altijd wemelt het ogenschijnlijk van de werkaanbiedingen. 'Cool Job', 'We hire', 'Come in for Job': borden die een zekere dynamiek en een zeker optimisme suggereren.
"Wat ik niet wist, was dat die borden vaak niet zozeer betekenen dat die bedrijven mensen nodig hebben, maar dat men verwacht dat het huidige personeel snel zal ophoepelen." Dat, met andere woorden, de werkomstandigheden er niet zo schitterend zijn. In dergelijke jobs wordt wie niet voldoet onmiddellijk ontslagen, en de werknemer die iets beters vindt, kan ook van de ene dag op de andere opstappen.
De lonen schommelden rond 6 dollar per uur, of zelfs amper 2 dollar per uur voor banen waarin fooien te verdienen zijn. Er was altijd wel een opzichter die machtsspelletjes speelde ("Ik weet niet wat daar precies gebeurt, die opzichters worden zelf niet vet betaald, ze krijgen een promotie en ze spelen spelletjes"), een huisjes- of trailermelker die het beste deel van het inkomen naar zich toe haalde (minstens 40 procent van het loon), om nog te zwijgen van de Europese toeristen, die niet beseften hoe levensnoodzakelijk de fooien wel waren (zodat kelners zich genoodzaakt zagen op eigen houtje de fooi aan de rekening toe te voegen).
Eén job volstond niet om rond te komen en dus probeerde Ehrenreich steeds weer verschillende jobs te combineren, een weekjob en een weekendjob, een ochtendjob en een avondjob. Dat werd door sommige werknemers bemoeilijkt, omdat ze het vertikten op voorhand hun uurregeling klaar te hebben.
Naarmate de weken vorderden, voelde Ehrenreich zichzelf veranderen. Ze werd kribbig. "Probeer maar eens je goed humeur te bewaren als je negen uur aaneensluitend op je benen moet staan en niet anders moet doen dan de chaos die anderen aanrichten schoonmaken." Ze vermagerde vrij aanzienlijk, naar rato van 2 à 3 kilo per maand. "Voor ik begon, dacht ik: dat lukt me wel, goedkoop leven. Wat ik niet afdoende besefte, was dat je geld nodig hebt om efficiënt goedkoop te leven." Voor een goedkope huurwoning moet je een onderpand geven, om goedkoop zelf te koken heb je een fornuis, pannen, Tupperware-potjes en een ijskast nodig. Dergelijke investeringen kon ze met haar inkomen nooit maken. Ze kon zich ook nooit een ziekteverzekering veroorloven. "In mijn beste maand heb ik 1.200 dollar verdiend. Na belastingen bleef daarvan 1.000 dollar over. Als je dan nog 150 dollar aan een verzekering moet uitgeven, heb je niet voldoende om te eten." Toch niet als blijkt dat je goedkoopste verblijfsmogelijkheid, een trailer of een motelkamer met een defecte deur, 650 dollar per maand kost.
Haar dieet bestond algauw voornamelijk uit fastfood, veel vet, "dat ik snel opbrandde. De meeste van mijn collega's waren mager. De opzichters, de mensen die op een stoel konden zitten, vaak wat dikker".
Ehrenreich, de linkse schrijfster, veranderde in een mum van tijd in een rekenmachine. De oorspronkelijke titel van de neerslag van haar wedervaren, Nickel and Dimed, verwijst daarnaar. Nickels en dimes zijn de kleinere muntjes onder de dollar, 5 en 10 cent, en de uitdrukking nickel and dimed "betekent niet zozeer leeggezogen worden maar gepest worden om elke cent. Dat is arm zijn. En elk incident, een kortstondige, niet-betaalde afwezigheid wegens ziekte, kan een financiële catastrofe veroorzaken".
Hoe slaagden haar collega's erin wel de eindjes aan elkaar te knopen? "De meesten leven samen met anderen, en met twee lage lonen heb je wat meer speelruimte. De huur ligt niet zoveel hoger dan voor één persoon. Daar staat tegenover dat er ook alleenstaanden zijn met kinderen. Ik kan me nu nog altijd niet inbeelden hoe die het klaren. In sommige gevallen zorgt de overheid voor een tegemoetkoming. Ikzelf verdiende te veel om voor overheidssteun in aanmerking te komen." Ze kon af en toe wel een voedselpakket van een liefdadigheidsinstelling oppikken, dat dan voornamelijk uit koeken en andere snoep bleek te bestaan, in combinatie met fastfood een redelijk afgrijselijke combinatie. "Die instellingen geven wat ze zelf krijgen. Vers voedsel is daar zo goed als nooit bij."
Vooral in de derde etappe van haar reis werd Ehrenreich zowel murw (ze verloor ten dele haar vermogen om voor zichzelf op te komen) als opstandig. De gigant Wal-Mart, de grootste privé-werkgever in de VS, strikt personeel op geraffineerde en vernederende wijze. "Je begint met een drugstest. Als je die passeert, komt er een soort hoeraboodschap: bofkont! En dan start je je opleiding. Voor je weet hoeveel je verdient, zit je al in een ploegenschema."
Op die manier is er nooit ruimte om over voorwaarden te onderhandelen. Mensen worden niet echt aangeworven, ze schuiven in de klaarstaande job en voelen het aan alsof ze blij mogen zijn dat ze de test hebben doorstaan. Overuren worden niet uitbetaald (werknemers worden na de reglementaire uren geacht af te klokken en opnieuw in te klokken, alsof er een nieuwe werkdag begint). "Er wordt een taalgebruik gehanteerd dat erop gericht is te verdoezelen dat het om een economische transactie gaat. Klanten worden cliënten, werknemers worden geassocieerden." En geassocieerden, hoe onderbetaald ook, worden af en toe geacht hoera te roepen voor hun bedrijf en geen tijd te stelen van hun werkgever. In de koffieruimte staat de tv hard om geassocieerden te beletten een gesprek te voeren. Tijdens het werk mogen geassocieerden niet praten, daar wordt door etters van toezichters op gelet.
Ehrenreich beschrijft hoe ze na bijvoorbeeld zes uur ononderbroken rangschikken van vrouwenkledij haar break van 15 minuten inrichtte om zo efficiënt mogelijk te plassen, te drinken, te eten, buitenlucht in te ademen, een sigaret te roken en in de mate van het mogelijke ook nog neer te zitten.
Er zitten meerdere paradoxen vast aan Ehrenreichs ervaringen. Ze werkte ten tijde van president Clinton, toen iedereen de lof zong van de ononderbroken bloeiende economie - "in de huidige economische malaise zou ik wellicht helemaal geen baan gevonden hebben, ik zou er nu niet in geslaagd zijn de drie maanden te voltooien". Onder Clinton waren er jobs in overvloed, maar toch leek dat overaanbod de werkomstandigheden of de lonen niet te verbeteren. "Ik had altijd gedacht dat dit een wet van de economie was, dat schaarste op de arbeidsmarkt de lonen opdrijft. Maar het geldt blijkbaar niet in de slechter betaalde sectoren."
Een andere paradox: de werknemers in dit systeem zijn zelden opstandig en krijgen weinig tot geen aandacht van media of auteurs, maar van Ehrenreichs boek zijn tot dusver alleen in de VS 800.000 exemplaren verkocht (er zijn vijftien vertalingen gemaakt of op komst, onder andere een Nederlandse, die in het najaar bij Atlas verschijnt).
"De verkoop werd onder meer vooruitgeholpen door de werknemers van de boekhandels, die zelf onderbetaald worden en die veel van hun eigen situatie in het boek herkennen. Zij hebben het boek alom aanbevolen of op prominente plekken gezet."
Ehrenreich is het er overigens niet helemaal mee eens dat het de werknemers aan opstandigheid ontbreekt. "We hebben in dit land geen traditie van collectieve actie. Wat kun je als individu beginnen? Maar in de periode dat ik bij Wal-Mart werkte, begon er een staking in negen hotels van Minneapolis. Daarover werd bericht op tv en in kranten, en die berichtgeving stimuleerde ook bij Wal-Mart-personeel het debat. Sinds mijn boek in 2001 verschenen is, hoor ik van allerlei campagnes die toch ondernomen worden. We proberen studenten tot solidariteit te bewegen met het onderbetaalde onderhoudspersoneel aan de universiteiten, dat soort dingen." Er is ook een poging aan de gang om de vakbondswerking bij Wal-Mart op te vijzelen. "Ik denk dat de toevloed van Latino's het bewustzijn verscherpt. Zij hebben blijkbaar een grotere traditie van collectieve actie.
"Men vraagt me vaak: waarom kiezen deze mensen gewoon geen betere job? En het klopt zelfs dat je, als je zoekt, her en der een dollar per uur meer kunt verdienen. Maar de meeste mensen hebben de luxe niet om te zoeken of om zich te verplaatsen. Daar heb je een auto voor nodig, en als ze een auto hebben, moeten ze met een nieuwe job misschien hun traject veranderen, een uur langer in de file zitten, omdat ze de kinderen bij hun grootmoeder moeten afzetten. Dat soort overwegingen speelt vaak mee in de keuze van de werkplaats."
Zou het al niet helpen als mensen vóór hun aanwerving hun loon zouden kennen, als ze de lonen van verschillende bedrijven zouden kunnen vergelijken?
"Er worden nog altijd mensen ontslagen omdat ze hun salaris bekendmaken, hoewel dat bij wet verboden is. Werkgevers vinden altijd wel een excuus voor het ontslag."
Over het algemeen is Ehrenreich niet echt optimistisch. De werkomstandigheden neigen steeds meer naar die van de derde wereld, vindt ze.
"Na de publicatie van mijn boek las ik dat het management van een Wal-Mart-vestiging het personeel om middernacht had opgesloten. Men wilde het personeel pas vrijlaten als de winkel pico bello in orde gemaakt zou zijn, zonder dat de werknemers voor de extra uren werden vergoed. Bij een inventaris had men ook weer het personeel opgesloten. Dat bleek toen een van de werknemers een hartaanval kreeg en niet kon worden afgevoerd. En los van Wal-Mart vind je, bijvoorbeeld in assemblagebedrijven en aan kassa's, steeds meer werknemers die luiers dragen omdat ze de plaspauze niet halen. Had je me tien jaar geleden gevraagd of ik dat voor mogelijk had gehouden: neen, absoluut niet. Ik dacht toen nog dat werkgevers er baat bij hadden hun werknemers in comfort te laten leven."
In haar periode bij Wal-Mart kende Ehrenreich een euforische bevlieging waarin ze haar werk onder de knie had en tijdelijk enige werkvreugde ondervond (over het algemeen vond ze dat het onderbetaalde personeel nog heel plichtsbewust en vrolijk was). Ze begint te filosoferen over de maatschappelijke rol van het warenhuis, waar moeders die niets anders doen dan chaos opruimen zelf chaos mogen aanrichten (die de geassocieerden dan opruimen).
Hoe zou Barb-Mart verschillen van Wal-Mart?
"Aan dergelijke mastodonten valt niet veel te veranderen, vrees ik. Die halen de omzet van een middelgroot land, hoe zou je daartegenin kunnen gaan? Doorgaans hoor ik van vrienden en kennissen twee soorten opmerkingen. Ofwel: die werknemers nemen de verkeerde beslissingen, daarom zijn ze zo arm. En: je haalt ze uit hun miserie door hen een betere opleiding te geven. Wat dat laatste betreft: hoe groot mijn liefde voor het onderwijs ook is, tegenwoordig is er een vrij grote groep van hoogopgeleide, langdurig werklozen. Een opleiding is dus geen garantie meer voor welvaart. En foute beslissingen neemt iedereen. In de sector van de lage lonen zijn de omstandigheden dusdanig dat je moeilijk anders kunt dan foute beslissingen treffen, je wordt er structureel toe verplicht.
"Voor mij is de enige maatregel die onmiddellijk effect heeft het optrekken van de lonen. De lonen zijn er de voorbije dertig, vijfendertig jaar niet of nauwelijks op vooruitgegaan. Bij Wal-Mart probeerde men ons in te peperen dat hogere lonen zouden leiden tot hogere prijzen voor de producten en dus tot een lagere omzet.
Ik heb nu in een commentaar van een manager gelezen dat dat niet zo hoeft te zijn. De winsten zijn hoog genoeg om een loonsverhoging te dekken. Maar het management heeft liever lagere lonen omdat meer winst voor een bedrijf beter is dan minder winst.
"Enkele staten, onder meer Florida, willen het minimumloon optrekken van 5,15 dollar naar 7. Dat zou al een begin zijn.
"Die slechtbetaalden, hier en in de derde wereld, subsidiëren uiteindelijk de welvarenden. Zij verwaarlozen hun eigen kinderen om voor de kinderen van de rijken te kunnen zorgen. Zij verwaarlozen hun eigen gezondheid om de gezondheid van anderen te kunnen verzorgen."
Hebben haar maanden als arme werkneemster haar leven veranderd?
"Ik gaf altijd al behoorlijke fooien, maar nu geef ik luxueuze fooien."
Op een paar honderd kilometer van de rust van Ehrenreichs huis zit in Sarasota, op de stoep voor een vestiging van Save-a-Lot, een armemensenversie van de Aldi, een groep van zeven Mexicanen. Strohoeden boven de verbrande gezichten, bagage voor zich uitgespreid, het lokale Spaanstalige advertentieblaadje uitpluizend voor werk, en onderwijl tonijn oplepelend uit een gigantisch blik dat wordt rondgegeven (in de Save-a-Lot is alles wat meer kost dan een dollar gigantisch). Op de achterpagina van het blaadje maant een advocaat hen aan om hem bij elk ongeval te contacteren en met zijn hulp een zo ruim mogelijke schadevergoeding op te strijken. Ook op de achterpagina kunnen ze een gratis telefoonnummer vinden via hetwelk een christelijke groep haar op band vastgelegde standpunt geeft over gemengde huwelijken (gemengd in de religieuze zin, christenen met joden). Maar dat is niet wat de Mexicanen interesseert. Zij zoeken het werk dat Ehrenreich beschreef. Haar helletje is hun paradijsje, zij wachten hier op het voorrecht de rijke Amerikanen te mogen subsidiëren.
Een paar honderd meter dan de verlepte, hongerige, tonijn etende Mexicanen zit in een chic café Gilbert. Hij is een zeventiger, eigenaar van een verffabriek in Chicago en al enige tijd met pensioen in Sarasota. Het bevalt hem maar matig. Hij houdt niet zo van golf, hét tijdverdrijf van rijke mannen. Hij houdt niet zo van bejaarden. "Een tijdje geleden werd Botox de rage. Ineens werd iedereen met antirimpelinspuitingen behandeld. Het neveneffect is dat de gelaatsuitdrukkingen ongeveer vastliggen. Ik zeg altijd: ik ken mijn tijdgenoten niet langer, ik leef tussen mensen die als enige uitdrukking de sombere grijns hebben."
Met permissie: zijn gelaat vertoont eveneens een sombere grijns.
Hij knikt gelaten. Ook hij is met Botox behandeld.
Hij leeft in een condominium met bewaking en een fontein, dat aan een golfterrein paalt. Hij is de voorbije tijd een half fortuin kwijtgeraakt op de beurs. Maar hij wil vooral terug naar Chicago. Weg van de luxe en de verveling. "Misschien ligt het aan mijn leeftijd, maar ik heb nog nooit zoveel begrafenisondernemingen opgemerkt. In elke straat is hier een begrafenisondernemer. Bankfilialen en begrafenisondernemers. Dat is zo deprimerend, al die luxekisten. Bovendien voorzien de begrafenisbrochures reispakketten, want veel bejaarden willen in hun plaats van herkomst begraven worden. Zelfs als lijk wil men ons nog een reis laten boeken."
Nog vijfhonderd meter verder draagt Anna schotels rond. Ze moet ongeveer even oud zijn als Gilbert. Ze verwijst naar zwart bloed in haar aderen, dat volgens mij niet meer te detecteren valt. "En maar een geluk ook, die rijke bejaarden zijn zo racistisch. Die wensen geen zwarten of Latino's voor hun bediening."
Anna is wat men noemt semiretired, half met pensioen. Ooit was ze het helemaal. In haar jongere jaren werkte ze op het secretariaat van de vroegere astronaut en senator John Glenn, en een jaar of vijftien geleden dacht ze dat de buit binnen was. Ze haalde haar vertrouwen uit een pak beleggingen. Dat is, onder meer sinds 11 september, evenwel dramatisch in waarde gezakt. "Ik ben niet alleen. Ik heb het geluk dat ik nog kan werken. Ik ken oudjes van tegen de honderd die ineens vaststellen dat ze geen geld meer hebben. Die hadden er nooit rekening mee gehouden dat ze zo oud zouden worden, en hun uitkering loopt langzaam af of is ook weer aan de beurs gebonden. Wat moeten die dan?"
Zij zelf is eigenlijk wel blij dat ze opnieuw werkt, al heeft ze de pest aan de rijke bejaarden, die ze arrogant vindt en dus racistisch. "Je moet ze snel op hun plaats zetten, kordaat maar beleefd, dan respecteren ze je. Anders zien ze je als het hulpje met wie gedold mag worden."
Zowel Gilbert als Anna klagen over hun kinderen, die niets of te weinig van zich laten horen.
"Je hebt er blijkbaar de ongelukkigen uitgepikt", zegt Patricia Kricos, hoofd van de dienst gerontologie aan de universiteit in Gainesville. "Over het algemeen heb ik de indruk dat de bejaarden het best naar hun zin hebben. Uit ons onderzoek blijkt dat ze vrij geregeld contact hebben met thuis. Voor de rijken is er een schitterende infrastructuur en ook trailerparken voor armen vallen vaak nog wel mee: mensen organiseren barbecues, of ze golfen samen."
Uit dat onderzoek blijkt tevens dat de meeste mensen uiteindelijk liever in hun eigen regio blijven dan naar Florida of een andere zonnestaat te verhuizen. Maar de nog wel naar Florida verhuizende bejaarden geven aanleiding tot vrij vreemde problemen, zegt ze.
Welke dan?
Ze verwijst me naar haar collega Susan MacManus, die aan de universiteit van Zuid-Florida in Tampa politieke wetenschap, en de invloed van de bejaarden op het politieke landschap, doceert. MacManus, door een lokaal blad in 2002 uitgeroepen tot "beste politieke commentator ter rechterzijde", heeft over het onderwerp enkele boeken gepubliceerd. Daarin vind je dat Florida meer geld besteedt aan zijn 56.000 gevangenen dan aan zijn 300.000 universitairen. Omdat bejaarden meer geïnteresseerd zijn in veiligheid dan in onderwijs.
Professor MacManus, die tegenwoordig vaak als commentator optreedt voor de nieuwsuitzendingen van de rechtse zender Fox, ontkent haar partijdigheid. "Ik heb bij verkiezingen nog nooit al mijn stemmen op dezelfde partij uitgebracht. Mijn ouders, citruskwekers, stemden voor verschillende partijen."
Ze begint met een statistisch betoog. "Tot voor kort leek het alsof Florida de snelst verouderende staat van de VS was. We zijn nog altijd de staat met het grootste aandeel ouderen, maar tegenwoordig is de toevoer van jongeren groter dan die van ouderen. Er is meer migratie, en er komen jonge werknemers uit de rest van het land en uit Spaanstalig Amerika naar Florida omdat hier nog jobs te vinden zijn. Je vindt hier ook vrij veel Aziaten. Florida is en blijft de toekomst van de VS weerspiegelen.
"Na 11 september is de toerismemarkt bijna ingestort. Maar de staat heeft via een ambitieuze campagne toeristen aangetrokken die anders misschien naar het buitenland zouden zijn gegaan.
"De ouderen in onze staat zijn in vergelijking met het nationale gemiddelde jonger, rijker, witter, gezonder en beter opgeleid. Als ze ziek worden, keren ze vaak terug naar hun streek van herkomst, omdat daar hun kinderen leven of omdat ze daar de medische voorzieningen beter kennen.
"De politieke invloed van de senioren blijft groot. Ouderen vormen misschien 27 à 28 procent van de geregistreerde kiezers, maar bij lokale verkiezingen maken ze 35 tot 40 procent van de kiezers uit. Zij zijn geïnformeerd en ze hebben de tijd om te stemmen. Politici hengelen dan ook naar hun stemmen en passen eventueel hun programma aan. De oudere bejaarden zijn meestal Democraten. De jongere bejaarden, tussen 55 en 74, zijn veel meer gediversifieerd."
De bejaarden zijn ook geografisch politiek verdeeld. De Westkust is conservatiever dan het oosten. Dat heeft met de snelwegen te maken, zegt ze - de snelweg uit Chicago en West-Pennsylvania komt in het westen van Florida uit, de snelweg uit de meer liberale delen New York en Boston eindigt in het oosten. Zo was het in den beginne en de volksverhuizing van bejaarden heeft die geografische ordening aangehouden.
In dat geografische netwerk heeft de kruisende snelweg I-4, die van Tampa naar Orlando loopt, een speciale betekenis. Hoe dat komt weet de professor niet uit te leggen, maar rond deze snelweg wonen de onbeslisten: 20 procent van de bewoners bekent zich niet tot een partij. En omdat Florida, zoals in 2000, cruciaal lijkt te gaan worden bij de presidentsverkiezingen, en omdat de onbeslisten uiteindelijk het pleit zullen beslechten, lopen de kandidaten dit deel van Florida plat. "Deze zone is electoraal goud. Vorige week kwam de Democratische kandidaat Kerry op bezoek, deze week was president Bush aan de beurt. Politieke consulenten verdienen grof geld, de kranten en tv-zenders verdienen grof geld met advertenties. Ik geef mijn studenten de opdracht mee te werken met een presidentscampagne, ze kiezen uiteraard zelf dewelke, maar in deze regio kunnen ze onder probleem met de topjongens op de foto, met de president of met Kerry."
Hoe bepalen de bejaarden in de regio de politieke agenda?
Op verschillende manieren. "In kleinere steden is het jongste raadslid soms een eind in de zeventig. De bejaarden hebben tijd en stemmen. De jongeren stemmen minder, en ze zien er tegenop om dag in dag uit aangesproken te worden over putten in de weg of defecte straatverlichting. Jongeren denken bovendien vaak ten onrechte dat lokale politici een fortuin moeten spenderen om verkozen te geraken.
"Onlangs had een stadje in de buurt een programma uitgedokterd waarin jeugdwerking een nogal fiks budget toebedeeld kreeg. Tijdens de volgende raadszitting hadden de ouderen gemobiliseerd en gepleit voor meer geld voor hun activiteiten. Bijna terstond werd het budget omgegooid; de jongeren verloren een groot deel van hun geld, de ouderen wonnen.
'Het bekendste voorbeeld van beïnvloeding is het onderwijs. De plaatselijke scholen zijn er vaak belabberd aan toe. Gemeenten vragen bij referendum de toelating om een procent aan de BTW toe te voegen om het onderwijs beter te kunnen financieren. De bejaarden stemmen zo'n voorstel doorgaans weg. Niet altijd, in Sarasota is het voorstel aanvaard, maar daar is de bejaarde bevolking bijzonder hoog opgeleid en ook nog welvarender dan gemiddeld."
Waarom zijn de bejaarden elders tegen onderwijs?
"Zo zou ik het niet durven te stellen, ze zijn niet tegen onderwijs. Maar ze kampen zelf met een krap budget, voor veel bejaarden ligt het inkomen vast, ze hebben geen marge. Ze zijn ook niet zo enthousiast over de staat van het onderwijs, dat volgens hen te weinig discipline promoot, en zoiets halfslachtigs verdient in hun ogen geen extra geld."
En zij hebben er zelf geen nut meer van.
"Dat is wat een heleboel jongeren hen verwijten, maar ik weet niet of dat helemaal terecht is. Ze hebben kleinkinderen, elders weliswaar, van wie het onderwijs hen na aan het hart ligt. Maar de gezondheidszorg belangt hen natuurlijk meer rechtstreeks aan dan het onderwijs. Als er meer jongeren zouden stemmen zou de uitslag allicht anders uitdraaien.
"Een ander element is het ressentiment tussen onlangs gearriveerde bejaarden en de wat langduriger verblijvende bejaarden. We hebben een gezegde in Florida: 'Zodra je hier komt, wil je de deur achter je sluiten en niemand anders binnenlaten'."
Hoe uit die wrok zich?
"Mensen vitten op de nieuwkomers. Ze vergelijken hun eigen situatie en het is altijd wat: de 'nieuwe' zijn te rijk of te vulgair, te luid of te gesloten. Soms is er reden tot klagen. Als er rijke inwijking is in arme gebieden beïnvloedt dat de leefsituatie. Er wordt verkaveld, de grondprijzen stijgen, de eigendomsbelasting wordt opgetrokken omdat eigendommen meer waard worden, dat soort dingen."
Velen denken dat de bejaarden nu veeleer Republikeins zullen stemmen.
"Ja. In het algemeen zijn er nog meer Democratische partijleden in Florida dan Republikeinen, maar het verschil slinkt. En de nieuw gearriveerde bejaarden zijn allicht vaker Republikeins.
"Florida wordt ook voor de presidentsverkiezingen van 2004 weer een staat op het scherp van de snee. Voorspellingen vallen moeilijk te maken, want in de voorbije vier jaar zijn er 500.000 nieuwe bewoners bij gekomen (op een totaal van 16 miljoen). Ik omschrijf Florida als een caleidoscoop: iets verandert en ineens krijgt alles een ander perspectief, bijna van de ene dag op de andere. Florida is ook een van de grotere financiers van politici. In 2000 vergaarden de presidentskandidaten hier voor 80 miljoen dollar aan steun."
Elders in het land gaat geen dag voorbij of mensen verwijzen naar het debacle van de presidentsverkiezingen in Florida, waar in 2000 Gore van een overwinning zou zijn beroofd door antieke kiesinstallaties en gemanipuleerde kieslijsten. In Florida hoor ik daar niet of nauwelijks over praten, wat gek lijkt.
"Dat komt omdat we alweer enkele verkiezingen hebben doorgemaakt. In 2002 heeft Jeb Bush, de broer van de president, de verkiezingen voor gouverneur gewonnen met een recordmarge van 13 procent. De Democraten voerden toen campagne met wat er in 2000 was geschied, maar dat leidde niet tot een grote mobilisatie. Integendeel, de zwarte kiezers bleven weg. De kiesinstallaties zijn vervangen, de regels zijn verduidelijkt. Het grote probleem is dat we bij de volgende verkiezingen computerstemmen zullen toelaten. Maar er is nog geen printersysteem voorzien om een neerslag te creëren van de computerstemmen. Er is daarenboven geen geld voor de aanschaf van dergelijke printers én er zijn geen printers die de goedkeuring van de nationale overheid wegdragen."
En het computersysteem wordt geleverd door een firma die de presidentscampagne van Bush voluit steunt?
"Niet in Florida. Elders wel, maar dat wordt ons gelukkig bespaard. Men heeft bij de vorige verkiezingen genoeg met ons gelachen. Het is tijd dat dat nu elders gebeurt."
Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Info: www.fondspascaldecroos.com.