Vlaming heeft weinig trek in ggg's

Panel wil geen versoepeling van reglement genetisch gemodificeerde gewassen

De burger blijft, ook na kennismaking met de feiten, weigerachtig staan tegenover genetisch gemodificeerde gewassen (ggg's). Dat leert het burgerpanel van Beernem. Ggg's mogen slechts na een strenge procedure toegelaten worden op de Vlaamse velden, vinden de deelnemers.

Brussel

Van onze medewerker

John Vandaele

Als je elf vrij willekeurig geselecteerde Vlamingen confronteert met de complexiteit en nuance van het dossier van de ggg's, dan nog vinden ze dat proefvelden met ggg's slechts kunnen onder zeer stringente voorwaarden. Dat lijkt de voornaamste conclusie van het zogenaamde burgerpanel wat betreft ggg's in Beernem. In die West-Vlaamse gemeente konden elf Beernemnaren eerst een hele dag experts aan het woord horen en aan de tand voelen over ggg's (DM 28/04). Met die bagage moesten ze dan voor minister van Volksgezondheid Jef Tavernier een advies formuleren over de criteria die de overheid hoort te hanteren bij het al of niet toestaan van proefvelden en commerciële teelten van ggg's. Dat advies werd woensdagavond overhandigd aan de minister en enkele topambtenaren.

Het advies maakt alvast één ding duidelijk: deze burgers willen strenge toelatingscriteria. Het advies stelt weliswaar dat de regelgeving soepel genoeg moet zijn opdat zij een goed draaiende economie niet nodeloos in de weg staat, maar de concrete regels die het burgerpanel voorstelt, zullen de industrie niet echt verheugen. In de EU klaagt de industrie nu al over de bestaande regelgeving. Onlangs verhuisde Bayer om die reden zijn veldproeven van Europa naar Canada. Niemand van het panel wil echter die bestaande regelgeving versoepelen. Sommigen vinden integendeel die wetgeving niet streng genoeg en willen dat België strenger wordt. Eén enkele burger pleit zelfs voor experimenten met vrijwilligers op een eiland die gedurende een tijd ggg-voedsel telen en nuttigen. Als er proefvelden of commerciële teelten in België komen, moet de bevolking binnen een opgelegde veiligheidszone worden geraadpleegd. Elk ggg moet afzonderlijk worden gecontroleerd en opgevolgd, met onderzoek dat de impact op volksgezondheid, milieu en sociaal weefsel beoordeelt. Sommigen willen dat de bestaande controlecommissies om redenen van doorzichtigheid en evenwichtigheid worden aangevuld met boeren, filosofen en antroposofen. Steeds moeten alle resultaten openbaar zijn. Bovendien stelt het hele panel een belasting op gecommercialiseerde ggg's voor waarvan de opbrengst gaat naar de biolandbouw en een waarborgfonds voor de betaling van eventuele schadegevallen. Tot slot blijft het panel de etikettering van ggg's in voedselproducten belangrijk vinden: mocht de EU daarin niet ver genoeg gaan, dan moet België een eigen labeling invoeren.

De elf Beernemnaren zijn alvast erg te spreken over het burgerpanel. Ze noemen het "een uitgesproken oefening in democratie, goede wil en openheid" en vinden het hoopvol dat de politieke verantwoordelijken op die manier de burgers nauwer betrekken bij de besluitvorming.

Of iedereen in de regering met dit advies zo blij zal zijn, valt te betwijfelen. Opdrachtgevend minister Tavernier vond het opvallendste in het advies dat de burgers de beslissing om bepaalde teelten toe te laten, niet alleen willen laten afhangen van technisch-wetenschappelijke gegevens: "Ze willen dat we ook naar de context kijken en rekening houden met ecologische, sociale en ethische overwegingen. Dat is precies de stelling die wij in de regering hebben verdedigd maar waar vooral VLD en SP.A tegenin gingen." Tavernier doelt op het feit dat België nog altijd de Europese richtlijn inzake de toelating veldproeven en commerciële teelten van ggg's niet heeft omgezet in een Belgische regeling. Die richtlijn eist onder meer dat het publiek wordt geraadpleegd bij de beslissing over veldproeven. Tavernier: "We hebben daarover liefst dertien versies voorgelegd aan de regering maar steeds vond men dat we te streng waren en daarmee de industrie zouden wegjagen. Rood en blauw wilden een minimale raadpleging van de bevolking. Dit burgerpanel denkt daar duidelijk anders over."

De Morgen van 3 mei 2002.