25-03-1999	                                 Dirk Holemans


Naar een nieuw referendummodel voor Vlaanderen?


'Het hoofddoel is zonder meer ambitieus: het aantal gebruikers van het openbaar vervoer in Gent op tien jaar tijd verdubbelen'


Eind april wordt in Gent opnieuw een referendum over mobiliteit georganiseerd. Een totaal nieuw referendummodel voor Vlaanderen, aldus Dirk Holemans, want de mandatarissen werken een plan voor de toekomst uit en vragen tegelijk aan de burger het mandaat om het uit te voeren.


We schrijven 14 december 1997. Het eerste succesvolle Vlaamse referendum is een feit. De Gentenaars stemmen de plannen voor een ondergrondse Belfortparking weg. Deze gebeurtenis past bij twee evoluties die het niveau van Gent overstijgen. Ten eerste is er de zoektocht naar democratische vernieuwing. In deze vormt het referendum een duidelijk positief signaal. Ten tweede geeft het een belangrijke duw aan het denken over mobiliteit. De Belfortparking was bedoeld als sluitstuk van een Gents automobiliteitsplan. Hier zijn de Gentse burgers het stadsbestuur voorbijgestoken inzake toekomstgericht denken: met betrekking tot mobiliteit zit de toekomst niet meer in het creëren van nieuwe autoverkeerinfrastructuur in de binnenstad.


Het Gents referendum was het voorbeeld bij uitstek van een correctief referendum. Hierbij krijgt de burger de kans een beleid bij te sturen dat reeds helemaal uitgestippeld is. En bij mislukking van zo'n referendum gaan het beleid én de wijze van beleidsvoering gewoon door. Ook in 1998 blijven mobiliteit en referenda in Vlaanderen op de agenda. Er worden referenda gehouden in verscheidene andere gemeenten. Inzake mobiliteit gaat de aandacht vooral naar het voorbeeld van Hasselt en dan in het bijzonder naar het aspect gratis. En minister Stevaert speelt voor Sinterklaas als hij de gemeenten de mogelijkheid biedt om het openbaar vervoer gratis te maken voor kinderen en senioren... als de gemeenten het zelf betalen! Ook in Gent luwt het debat niet. Een nieuwe initiatiefgroep verzamelt het vereiste aantal handtekeningen voor een tweede referendum. Het doel van de groep is evenwel niet het tegenhouden van een beslissing van het beleid. Ze stuurt integendeel aan op een trendbreuk in het Gents mobiliteitsbeleid. Meer dan twintigduizend Gentenaars zetten hun handtekening onder de vraag 'Dient het gemeentebestuur de nodige initiatieven te nemen om in Gent tot een betere verkeerssituatie te komen, zoals in Hasselt?' Dit burgerinitiatief respecterend beslissen de democratische partijen in de Gentse gemeenteraad in december 1998 tot een tweede referendum op zondag 25 april 1999.


Een aantal elementen leiden ertoe dat de vraag van de initiatiefgroep niet de referendumvraag wordt. Zo adviseert de bevoegde commissie van minister Peeters negatief inzake de vraag. Daarnaast blijkt het 'model Hasselt' niet toepasbaar in Gent. De Lijn berekent dat gratis openbaar vervoer in Gent 713 miljoen frank per jaar kost. Bij toenemend gebruik stijgt de kostprijs fors boven één miljard! Een bedrag ver boven de financiële draagkracht van een stad met een begroting van 17 miljard.


Deze elementen indachtig besluiten de democratische partijen om een referendumvraag op te stellen met ernstige incalculering van wat er leeft onder de bevolking. Het uitgangspunt voor het formuleren van de vraag wordt vastgelegd als 'meer, beter en gericht goedkoper openbaar vervoer'. Wat nadien volgt is een primeur op stedelijk vlak. Op minder dan twee maanden wordt een ongelooflijk resultaat behaald. Een concreet 'Model Gent' komt uit de bus. Het hoofddoel is zonder meer ambitieus: het aantal gebruikers van het openbaar vervoer in Gent in tien jaar tijd doen verdubbelen! Deze verdubbeling is geen doel op zich: ze is gericht op het verhogen van de leefbaarheid en de milieukwaliteit van de stad. Zowel het 'Model Gent' als de referendumvraag werden in februari door alle democratische partijen bekrachtigd in de gemeenteraad.


Het kan niet voldoende onderstreept worden: het gaat hier om een totaal nieuw referendummodel voor Vlaanderen. Het is geen correctief referendum dat de burger toelaat een reeds uitgestippeld beleid van een klassieke meerderheid bij te sturen. Het gaat hier in wezen om het besef bij verkozenen dat trendbreuken in het beleid enkel kunnen worden gerealiseerd als er een maatschappelijk draagvlak voorhanden is. En daarom zetten mandatarissen een stapje terug. Ze werken een plan voor de toekomst uit en vragen tegelijk aan de burger het mandaat om het uit te voeren.


De vraag rijst natuurlijk of het zinvol is een referendum te organiseren als alle democratische partijen een plan uitwerken en ondertekenen. In feite is dit de verkeerde vraag, maar ik zal ze toch beantwoorden. Ze is de verkeerde, want ze richt opnieuw de aandacht op de politici, terwijl het hier juist gaat om een democratische innovatie die de burgers geen inspraak maar beslissingsrecht toekent. En het eerlijke antwoord is natuurlijk dat de geschiedenis leert dat een politiek akkoord de partijen maar in een bepaalde mate bindt.


De interessante vraag is wat een dergelijk referendum kan bijdragen aan ons politiek systeem van vertegenwoordiging. Wel, het stelt in staat ten dele de beperkingen van het electoraal systeem te overstijgen. Bijna steeds wordt een beleid uitgestippeld met een tijdshorizon die maximaal reikt tot... de volgende verkiezingen. De actieradius van de kiezer is dus beperkt tot hooguit zes jaar. Tevens kan de burger enkel kiezen tussen partij-totaalpakketten. En sommige maatregelen - hoe noodzakelijk ook komen er niet uit schrik voor electorale afstraffing. Daarnaast is er het spel van belangengroepen die maken dat de beleidskeuzen soms meer weg hebben van grijze compromissen dan van toekomstgericht denken.


Nu krijgen de Gentenaars de kans om inzake openbaar vervoer zelf een keuze te maken, met een tijdshorizon van tien jaar. En het geeft partijen de kans het spel tussen oppositie en meerderheid te doorbreken volgens wat het algemeen belang dient. Niet dat de verschillen tussen de partijen (of tussen de burgers) hiermee vervagen. Democratie is en blijft het georganiseerd meningsverschil. Maar ideologische verschillen beletten niet dat verschillende partijen en burgers kunnen samenwerken rond een concreet thema.


Een referendum als dat in Gent overwint de electorale koorts en zet lobbygroepen buitenspel. Het lijkt nuttig dat dit ook voor andere niveaus zou worden overwogen.


Dirk Holemans is Gents gemeenteraadslid voor Agalev.


De Morgen, pagina 2, 951 woorden © 1999 Uitgeverij De Morgen n.v.