ÉÉN JAAR WERKEN, DRIE JAAR LOON


VLAAMSE parlementsleden gaan hun uittredingsvergoeding verdubbelen. Ze vinden dat ze daar recht op hebben omdat ook de leden van de Kamer meer geld willen. Die opslag zorgde afgelopen zomer nochtans voor stevige discussies. door Bart DOBBELAERE Brussel

Hartje zomer lekte uit dat de leden van de Kamer zichzelf een ruimere uittredingsvergoeding hadden toebedeeld. Vroeger kreeg een kamerlid dat het parlement moest vaarwel zeggen, een vergoeding van 12 maanden. Dat werd verdubbeld tot 24 maanden. Die uittredingsvergoeding krijgt een parlementslid al als hij slechts één jaar in de Kamer heeft gezeten. Eén jaar werken betekent dus twee jaar uittredingsvergoeding.

Wie langer dan 12 jaar parlementslid was, kreeg daar vroeger nog één maand per jaar bij. Ook die uittredingsvergoeding werd deze zomer verdubbeld. Twaalf jaar parlementslid werd dus 24 maanden uittredingsvergoeding, 13 jaar werd 26 maanden, 33 jaar werd 66 maanden.

Het protest rond die verhoging is verstomd. Meer nog, nu blijkt dat het Vlaams parlement op het punt staat de regeling over te nemen. De werkgroep Leden heeft al beslist, het bureau spreekt zich binnenkort uit.

Etienne Van Vaerenbergh (ex-VU), lid van de werkgroep, verwijst naar de beslissing van de Kamer. ,,We betreurden de eenzijdigheid van die beslissing. Maar we vinden dat een Vlaams parlementslid recht heeft op hetzelfde statuut als zijn federale collega. Zij geven zichzelf meer, wij doen hetzelfde.''

Net dezelfde redenering dus als die van de Kamerleden. Die hadden hun uittredingsvergoeding verhoogd omdat de Senaat dat had gedaan. En die had dat gedaan omdat de Senaat werd ingekrompen van 183 naar 71 zetels.

Het Nieuwsblad van 10 november 2001.