Wie wordt beter van globalisering?

door Frans DE SMET

Iedereen rijk, geen gezeik? De Forbes-lijst hiernaast leert dat de superrijken nog rijker worden. En dat kan goed nieuws zijn voor iedereen, want het betekent dat de bedrijven van die superrijken weer goed draaien, en daar worden hun werknemers vanzelfsprekend ook (een beetje) beter van. Waarom doen we dan zo somber over de globalisering? Elk debat over de globalisering ontaardt snel in een welles-nietes-spel. Internationale vrijhandel is al bijna twee eeuwen in opgang, met de jaren net voor de eerste wereldoorlog als een eerste hoogtepunt en met de jaren dertig en de tweede oorlog als een dieptepunt. Vrijhandel stond vroeger als vanzelfsprekend gelijk aan welvaart, en protectionisme werd gezien als een nodeloze rem daarop. Waarom zou het nu anders zijn?

Een liberaal als prof. Paul De Grauwe zingt graag de lof van de globalisering. Hij geeft toe dat de uittocht van bedrijven vooral lager geschoolden werkloos maakt bij ons, maar dat weegt volgens hem niet op tegen de voordelen. Voor de hooggeschoolden bij ons en de armen elders. Bijvoorbeeld in China is het gemiddelde inkomen per hoofd ruim verdubbeld in twintig jaar tijd. Een fenomenale sprong voorwaarts, die ook India maakt. In die twee landen samen woont één op drie wereldburgers.

Juan Somavia, de directeur van het ILO, de internationale arbeidsorganisatie, plaatst daar kanttekeningen bij. Wie heeft het echt goed op deze wereld? Slechts één op zes wereldburgers. Veertig jaar geleden lag het gemiddelde inkomen in de armste landen 50 keer onder dat van het gemiddelde in de rijkste landen. Inmiddels is die kloof opgelopen tot een verhouding van 1 tegen 120. Dat betekent dat de armen sneller verarmen dan de rijken verijken. Dat hooggeschoolden niets te vrezen hebben van de globalisering, wordt tegengesproken in Seattle, de thuisbasis van Bill Gates' Microsoft. Die technologie-stad verliest tegenwoordig sneller kennisjobs aan Azië dan dat er bijkomen. Optimisten beweren dat het niet erg is dat de informatica-industrie verhuist naar Bangalore in India: de bedrijven daar kopen hun hard- en software in Amerika en bij ons, en dat zorgt voor het behoud van hoge lonen bij ons. Het drama van Ford-Genk doet ons daaraan twijfelen. Een internationale gigant als Ford heeft geen boodschap aan nationale overheden als zijn eigen overleven op het spel staat. Dat brengt Juan Somavia en anderen tot deze slotsom: omdat de globalisering de traditionele controlemechanismen van nationale en supranationale overheden ondermijnt, wordt de pure liberalisering en het wilde kapitalisme een vloek voor de planeet. De Grauwe argumenteert daarentegen dat globalisering bijvoorbeeld China onvermijdelijk zal democratiseren. Misschien, maar dan wel op voorwaarde dat de rest van de geïndustrialiseerde wereld een sociaal-corrigerende invloed blijft uitoefenen op de globalisering.


Nieuwsblad van 28 februari 2004.